Logo Pepijn@Landen
Heemkunde Pepijn@Landen
erfgoed | lokale geschiedenis | cultureel toerisme

Lezing Pieter Serrien: 'Elke dag angst'. Over terreur met V-bommen tijdens WOII.23 november - 20 u - Sociaal Huis Landen.

Ga naar de inhoud
Erfgoed
Wezeren

Sint-Amanduskerk

Wat zijn bouwgeschiedenis betreft, heeft dit kerkje tijdens de 18de eeuw enkele grondige wíjzigingen ondergaan. De westkant van de toren werd hermaakt en verstevigd met twee steunberen (1713). In 1705 werd de noordelijke en in 1770 de zuidelijke zijbeuk gesloopt, wat tot het ontstaan van een zaalkerkje leidde: de rondbogen werden dichtgemetseld en van vensters voorzien. Rond 1750 werd zowel op de zoldering van de zuidelijke zijbeuk en het schip als op het tongewelf van het koor, stucwerk aangebracht. Deze aanpassing kaderde in een classicistische stofferingscampagne onder het pastoraat van Willem van Loubbeeck (1749-1778), waarbij ook het meubilair aan de 18de eeuwse mode werd aangepast. Tijdens de restauratie-campagne van 1925 werden de zijbeuken op de gevonden voormalige fundamenten terug opgebouwd en werden de rondbogen naar de beuken toe opnieuw geopend, waardoor deze kerk haar oorspronkelijke basilicale vormgeving kreeg. De leiding berustte toen in handen van de Luikse architect Emile Deshayes. Ook werd de 18de eeuwse stucdecoratie verwijderd, waarbij ook de muren werden ontbloot. De dichtgemetselde bovenlichten werden heropend op basis van een resterend bovenlicht. De absidiale wand was eveneens dichtgemetseld want hiervoor stond het hoogaltaar opgericht in 1774. Een drielichtvenster werd er opnieuw aangebracht op de nog aanwezige aftekening, die ook model stond voor de vensterpartij der zijmuren van het koor. In alle eerlijkheid en met een respectvolle benadering van het monument werd tot een zo getrouw mogelijke reconstructie gekomen van de oorspronkelijke toestand, daar er nog voldoende sporen voorhanden waren van de vroegere architecturale vormgeving. Tenslotte is het deze restauratie-ingreep van 1925, onder het pastoraat van F. Robijns (1916-1928), die ons de architecturale vormgeving van de huidige toestand van het monument opleverde. Gedurende de laatste twee restauratiefasen werden toren (1981-82) en kerk (1994-95) oordeelkundig aangepakt door het architectenbureau 'Groep Delta' (Hasselt). (Beschermd K.B. 25/9/1947).

Exterieur
Dit beschermd bouwpatrimonium - oorspronkelijk helemaal opgebouwd uit steen (tuffeau) van Lincent - vertoont een zware gesloten, met steunberen gestutte toren, uit drie geledingen onder een ingesnoerde torenspits. Een dergelijke robuuste structuur bood eertijds niet alleen bescherming aan de inwoners van het dorp, ook archivalia en kostbare heilige vaten vonden langsheen de smalle stenen trap in de torenruimte een veilig onderkomen. Tegen deze 12de eeuwse westertoren met zijn nadrukkelijk defensief karakter, waarbij tweelingvensters, muurankers, druiplijsten en smalle lichtgleuven als een speels element optreden, komt onder een leien zadeldak een kerkschip aanmeren met een rechthoekig georiënteerd koor onder dito zadeldak. De noorderzijbeuk is deels overschaduwd door een beschermde eeuwenoude acacia en een getorste wilde kastanje. De quasi stiekeme korfboogvormige bovenlichten in de scheimuren van de middenbeuk, herhaald als vensteropeningen voor de zijbeuken, lopen uit op een ruim koorvolume. De vormgeving van de raampartij in de oostelijke wand van de koorsluiting vertoont een ontluikende Maaslandse gotiek. Dit bouwpatrimonium verraadt een romano-gotische overgangsstijl. De sacristie bevindt zich aan de zuidzijde van het ruime koor. Aan de noordzijde geeft een paradijspoortje toegang tot het omliggend kerkhof.

Interieur
Het houten tongewelf boven het rechthoekig koor brengt een verruimend effect teweeg. De vier raampartijen, samen met het drielichtvenster uit de absidiale wand, verzekeren er een heldere lichtinval. De veelkleurige vloer van dit koor werd tijdens de laatste restauratie vervangen door blauwstenen plaveien. Het schip met zijn vlakke zoldering telt drie traveeën. De scheibogen, waarvan de pijlers zonder basement, de vloer van het schip raken, kregen door schalken (als dunne driekwartzuilen) een karakteristieke profilering mee. Deze treffen we ook aan op de triomfboog, ze omlijsten de ramen en omzomen de plint van het blokaltaar, dat het priesterkoor beheerst. Het kruisribgewelf onder de toren, waarbij de ribben een peerkraalmotief vertonen, biedt een interessante sculptuur in de vorm van een 13de eeuws klaveel (sluitsteen) met beeltenis van een paaslam. Dit, bij uitstek bijbels motief, dient in verband gebracht met de paasliturgie, die zich eertijds afspeelde rondom de doopvont, die oorspronkelijk onder de toren haar standplaats had.

Mobilair

Omtrent de bestaansgeschiedenis van het tufstenen blokaltaar lopen de meningen sterk uiteen. De datering van het altaarmonument of van de sculpturale motieven 'rozetten' genaamd, varieert van de 7de eeuw tot de 11de eeuw. Een joods ossuarium of een symbolisch gegeven vanuit de Iers-Keltische cultuur kwamen ook als hypothese naar voor. Na de restauratie van 1554 werd dit altaar ter ere van Sint-Amandus en de H. Gertrudis ingewijd door hulpbisschop Sylvius van Luik. Omstreeks 1774 werd boven dit hoofdaltaar een portiekaltaar geplaatst, waarin het doek 'De Kruisafneming' werd ingelijst. Tijdens de restauratie van 1925 werd de wijdingsakte in een glazen vaas aangetroffen achter de steen tussen de middenste rondboognissen in, net onder het altaarblad. Toen werd ook dit altaarmonument, ontdekt onder het portiekaltaar in 1880-81 door kanunnik Dubois, ontmanteld, waardoor het in zijn vroegere luister centraal in het presbyterium kwam te staan.
In zijn huidige toestand zijn er net onder het altaarblad elf zogeheten rozetten ingeplant, die florale en geometrische motieven voorstellen. Zoals blijkt uit een petrografisch onderzoek van het altaar werden diverse streekeigen steensoorten als materiaal aangewend. Het uitgekraagd altaarblad is een monoliet uit Gobertangesteen; voor de plint werd Maastrichtersteen aangewend; de opstaande wand met inbegrip van de rondboognissen en sculpturen kregen als materiaalaanduiding 'tuffeau' van Lincent mee. Het gehele rondboogfries dient, als een herbruikt materiaal beschouwd te worden, dat afkomstig kan zijn uit het voormalig altaar of uit een (absis-)wand van een of ander al of niet naburig kerkgebouw of monument. Een dergelijke ornamentiek verwijst naar de sacraliteit van de ruimte en treft men meestal aan in een funeraire context. Het rozetmotief als embleem van de zon verwees eertijds naar een goddelijke afkomst. Het werd reeds vele eeuwen vóór Christus aangetroffen o.a. in Assyrië, Egypte en het Nabije Oosten. Deze ornamentiek werd tot na de gotische kunst aangewend. De manier van bewerken, alsook de convexe vormgeving van de sculpturen van het altaar, verraden wellicht een 11de eeuwse aanpak, zodat ze ressorteren onder de Romaanse periode. Omtrent datering en symbolische betekenis van deze sculpturale motieven, bestaat nog geen zekerheid. Bijna al het meubilair werd gemaakt door Hendrik van Loubbeeck, broer van pastoor Willem van Loubbeeck (1749-1778), die het interieur een classicistische aanblik gaf: sacristiekast, doksaal, biechtstoel.



Rondgang
Lezenaar (1858) uit Engeland; paaskandelaar (gotisch); boven paradijspoortje, beeld van Verrezen Christus (18de eeuw); koorgestoelte (17de eeuw); schilderij Kruisafneming' (Broeder Hallet uit Luik, 1774); tegen absismuur gotisch kruisbeeld; op altaar processiekruis (15de eeuw); tabernakel in gegoten brons van W. Peeters (1995); antependium met medaillon Sint-Amandus (1706) ; in sacristie, Romaanse kraagsteen, sacristiekast 1761) en klok (1750); op zijaltaar gepolychromeerd houten beeld (1792) van Sint-Amandus; schilderij Sint-Anna-ten-Drieën (vóór 1636) met opdrachtgever pastoor Dionysius Collart (1598-1637) en zijn patroonheilige Sint-Denijs van Parijs; schilderij 'Christus op het kruis'; doopvont (16de eeuw) in blauwe kalksteen van Hoei met koperen deksel (rond 1700); biechtstoel (18de eeuw), in de toren drie klokken: Sint-Amandusklok (1453), Mariaklok (1888) en Gertrudisklok (1995); op de zolder werd een schat (17 goudmunten) gevonden; grafsteen van pastoor Willem van Loubbeeck (1778); staakmadonna (1864), schilderij O.L.Vrouw van Smarten (18de eeuw) in opdracht van pastoor Willem Scheepers (1718-1742); wijwatersteen (gekocht in 1771).
Parochiekerk Sint-Amandus (foto exterieur en altaar)


Bekijk de postkaarten van de Sint-Amanduskerk op Erfgoedplus

Webmaster: Georges Wemans
Terug naar de inhoud