Logo Pepijn@Landen
Heemkunde Pepijn@Landen
erfgoed | lokale geschiedenis | cultureel toerisme

Lezing Pieter Serrien: 'Elke dag angst'. Over terreur met V-bommen tijdens WOII.23 november - 20 u - Sociaal Huis Landen.

Ga naar de inhoud
Erfgoed
Attenhoven

Sint-Pietersbandenkerk


Sint-Pietersbandenkerk

De driebeukige parochiekerk Sint-Pietersbanden is het resultaat van verschillende bouwfasen. Het 17de eeuwse koor werd in 1723 vergroot met een sacristie, zijkapellen en kruisbeuk. In 1772 werd de kerk verlengd met de middenbeuk. In 1890 werden de toren, het portaal en de zijbeuken aangebouwd. Met uitzondering van het koor, dat in tufsteen van Lincent werd gebouwd, is het bedehuis opgetrokken in baksteen.

Pers
De pastorie en Sint-Pietersbandenkerk Attenhoven voorlopig beschermd
Attenhoven is een mooi bewaard Haspengouws fruitdorp. Het heeft zowel haar landelijke karakter, als achttiende eeuwse configuratie en historische bebouwing behouden. Dit maakt de dorpskern zo authentiek. Drie hoeves in de dorpskern zijn al beschermd. Nu volgt de voorlopige bescherming van de Sint-Pietersbandenkerk en de pastorie als monument, en de omgeving als dorpsgezicht.
Sint-Pietersbandenkerk
De goed bewaarde Sint-Pietersbandenkerk is een opmerkelijk voorbeeld van een door de eeuwen heen geëvolueerde plattelandskerk. De kerk bestaat uit een 16de-eeuws gotisch koor in tufsteen van Lincent, een sacristie in Maaslandse stijl van 1723, een neogotisch schip, transept en westtoren van 1890 naar ontwerpen van de St.-Truidense architect E. E. Serrure en als laatste toevoeging twee neogotische zijkapellen van 1896. De waarde van het geheel wordt versterkt door het ommuurde kerkhof met dodenhuisje, het kunstige smeed- en gietijzeren hekwerk uit 1873 van de Firma Van Aerschot uit Herentals, een aantal markante en lokaal-historisch waardevolle 17de-eeuwse grafkruisen, grafzerken met zuil van plaatselijke notabelen uit eind negentiende, begin twintigste eeuw en meerdere smeedijzeren kruisen.
Pastorie
De pastorie naast de Sint-Pietersbandenkerk is een mooi voorbeeld van een plattelandspastorie. De pastorie werd gebouwd in opdracht van parochiepriester Guillaume Vander Maesen tussen 1711 en 1734 als enkelhuis van drie traveeën en twee bouwlagen in een sober classicistische stijl. Typisch zijn de brede kalkstenen venster- en deuromlijstingen die aansluiten bij de Maaslandse stijl. In de loop van de achttiende, begin negentiende eeuw werd de pastorie uitgebreid. Dit resulteerde in een homogeen classicistisch geheel. De originele indeling van het interieur bleef bewaard. De rijkelijke achttiende eeuwse interieurafwerking bestaat uit onder andere natuurstenen en planken vloeren, marmeren en houten schouwen met stucwerk, een stucplafond, bepleisterde troggewelfjes en binnenschrijnwerk. Wat de pastorie extra waardevol maakt is de bewaarde omringende en gedeeltelijk ommuurde pastorietuin die toegankelijk is via een ijzeren pijlpunthek. De tuin bezit nog een aantal unieke, oude planten waaronder vier palmbomen en de restanten van een haag van gele Kornoelje die wijzen op een zeer oude tuinaanleg.
Dorpsgezicht
De onmiddellijke omgeving van de kerk en pastorie wordt vooral gedomineerd door de hoogstamboomgaard “Den grooten hof” die toegankelijk is via een ijzeren hek. Ten zuidoosten en -westen van deze boomgaard zijn kleine weilanden aanwezig met fragmenten van meidoornhagen op de perceelsranden. Een smalle onverharde voetweg doorsnijdt de weilanden en verbindt de Kastel- met de Lindestraat. Vanop de voetweg heb je een prachtig zicht op de boomgaard, kerk en pastorie. Binnen het afgebakende dorpsgezicht worden ook twee markante, historische hoeves opgenomen, Dorpsstraat 6-8 en Dorpsstraat 10.
Bron: Veerle Ausloos (2013) www.onroerenderfgoed.be/nl/actueel/nieuws/de-pastorie-en-sint-pietersbandenkerk-in-attenhoven-zijn-voorlopig-bescherm/

Lees meer over de kerk en pastorie (ook foto's) in de inventaris van Agentschap Onroerend Erfgoed: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/302507

Palmtakjes worden op Palmzondag gewijd om onheil af te wenden. Ze zijn afkomstig van de buxusplant. Lees meer over de buxus op stam in de pastorietuin van Attenhoven.

Sint-Petrushoeve (Sint-Petrusstraat 7): een verhaal zonder weerga!

De St.-Petrushoeve (beschermd bij K.B. 17/09/1976) was vermoedelijk de oudste, maar ook een van de rijkste vakwerkwoningen van Attenhoven. In tegenstelling tot de meeste vakwerkhuizen die slecht over één verdieping beschikten, had de St.-Petrushoeve twee verdiepingen onder een zadeldak wat uniek was voor een Brabants vakwerkhuis. Op basis van verschillende, nog gedeeltelijk bewaarde interieur- en exterieurelementen, zoals de prachtige laatgotische spiltrap, de sierlijke geprofileerde kruisvensters, de schoorsteen met laatgotische consoles in de vorm van mensenhoofdjes en de overkraging ter hoogte van de koergevel, kunnen we de woonhuisvleugel op het einde van de 16de of in de eerste helft van de 17de eeuw dateren. Volgens het dendrochronologisch onderzoek werd de St.-Petrushoeve omstreeks 1646 opgericht. De St.-Petrushoeve werd door een kapitaalkrachtige eigenaar opgetrokken aangezien het woonhuis drie schouwen telde en de constructie in eikenhout werd opgebouwd, een bouwmateriaal dat in de 16de of 17de eeuw erg kostbaar was. Mogelijk had de St.-Petrushoeve een religieuze functie, aangezien de naam van de heilige Petrus verband kan houden met de nabijgelegen St.-Pietersbandenkerk.
In tegenstelling tot het Kempense woonhuis waar men via de voordeur onmiddellijk het huis of de woonkeuken bereikte, beschikte dit Brabants woonhuis over een voorhuis, gang of nere, die in verbinding stond met de woonkeuken of binnenhaard en de mooie kamer. Via een laatgotische spiltrap in het voorhuis bereikte men de eerste verdieping, die uit twee grote vertrekken bestond en de zolderverdieping. Vanuit het voorhuis of de nere bereikte men via een tweede, rechte laddertrap een kleine kelder met tongewelf. Tussen de tweede helft van 17de eeuw en de 18de eeuw werd de woonhuisvleugel, evenwijdig aan de straat, uitgebreid met een schuur en een stal waardoor een U-vormig grondplan ontstond. Aangezien er in deze periode ook een toenemende behoefte aan privacy en intimiteit ontstond, werden er door de oprichting van talrijke tussenwanden nieuwe kamers in het woonhuis gecreëerd, waaronder een hoger gelegen opkamer. Tegelijk werd het woonhuis ook verfraaid door het aanbrengen van een prachtige hardstenen tegelvloer in de mooie kamer, waarin het jaartal ‘1666’ en de initialen ‘CE’ van de vervaardiger of de opdrachtgever werden gegraveerd.
Op de eerste verdieping werd in één van de twee grotere kamers bovendien een alkoof geplaatst. Tussen het einde van de 18de eeuw en de eerste helft van 19de eeuw evolueerde het U-vormige grondplan van de Sint-Petrushoeve tot een vierkantshoeve. Hierdoor werd de oorspronkelijke toegang aan de zuidwestelijke zijde van het perceel verlegd naar de straatzijde, waar in de 19de of het begin van de 20ste eeuw een poort werd opgericht. Verder werden er in de 19de eeuw nieuwe vensters in de voor- en achtergevel van het woonhuis aangebracht en werden de oorspronkelijke vloeren in het voorhuis en de woonkeuken vervangen door cementtegels. Omstreeks 1955 werd er achter de stal aan de zuidoostelijke zijn van het domein een studio opgericht. Tussen 1973 en 1985 werden de stal en de 18de- of 19de- eeuwse uitbreiding ervan aan de zuidwestelijke zijde, met uitzondering van de voorgevels, afgebroken. Aan de noordzijde van de zuidwestelijke voorgevel werd in dezelfde periode een nieuwe schuur opgericht. Vóór de stad Landen de St.-Petrushoeve kon aankopen, stortten de schuur en de woonhuisvleugel op 18 mei 2008 gedeeltelijk in.


De puzzelstukken van de St.-Petrushoeve in een van de loodsen van het domein ’t Park
(de vroegere kazerne EMI 22 – april 2012)

De eigenaars werden daarop op 23 mei 2008 door de correctionele rechtbank van Leuven veroordeeld om het beschermde monument op eigen kosten in de oorspronkelijke staat te herstellen. Zij hadden immers verzuimd het pand, dat zij sinds 1985 in bezit hadden, door de nodige instandhoudings- en onderhoudswerken in goede staat te behouden. De heropbouw moest binnen drie jaar worden uitgevoerd. Bij arrest van het Hof van Beroep van 21 december 2010, zetelend in strafzaken, werd dit bevestigd, nu met de verplichting het geheel op te bouwen aangezien de hoeve ondertussen volledig was ingestort.  

Persbericht stad Landen 31/07/2017
Dit herstel werd echter niet door de privé- eigenaars uitgevoerd, want op 20 juli 2010 had het toenmalige stadsbestuur van Landen de ruïne overgekocht met de daaraan verbonden rechten en plichten. De stad nam toen immers niet enkel de verplichting tot wederopbouw op zich, binnen de termijnen door de rechter bepaald, maar impliciet ook de aansprakelijkheid van de eigenaars voor de verwaarlozing. Er werd in de notariële akte immers bepaald dat de stad instond voor alle vergoedingen en dwangsommen die de Vlaamse Overheid van de oorspronkelijke eigenaars zou kunnen terugvorderen. Hierdoor zou de stad de subsidie die ze voor dit project had verkregen, mogelijk moeten terugbetalen, aangezien het Agentschap Inspectie Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed (RWO) deze wenste terug te vorderen van de oorspronkelijke eigenaars! Door gedreven onderhandelingen met Inspectie RWO heeft de stad echter een verlenging van de uitvoeringstermijn verkregen en een minnelijke schikking kunnen treffen, anders had dit dossier aan de stad ongeveer 500.000 euro meer gekost!
Ook de bestemming van de hoeve was geen makkelijke opdracht. In 2013 startte de stad gesprekken met de Attenhovense verenigingen in verband met de herbestemming. De stad had de bedoeling het gebouw een publieke functie te geven om zo het gemeenschapsleven te ondersteunen. Verschillende opties kwamen ter sprake: vergaderlokalen, polyvalente- of expositieruimte,  B&B, … Uiteindelijk bleken al deze opties onmogelijk. De normen van brandveiligheid vielen niet te rijmen met de normen waaraan de hoeve volgens het agentschap Onroerend Erfgoed moest voldoen. Finaal werd dan beslist de Sint-Petrushoeve herop te bouwen als woning.
De voorbereiding van de reconstructie was ook een hele procedure. In 2011 werden de ingestorte delen gecontroleerd gedemonteerd, genummerd en opgeslagen in domein ’t Park. Het hout werd behandeld tegen ongedierte. Op de historische site zelf werd een overkapping geplaatst om de nog aanwezige vloer en kelder te beschermen tegen de weersomstandigheden.
Het was echter de uitwerking van de plannen die het langste duurde. Er moest rekening gehouden worden met de opmerkingen van Onroerend Erfgoed, maar de reconstructie moest ook heel minutieus gebeuren. Die reconstructie gebeurde op basis van oude plannen en foto's. Op basis van de oude plannen werd de situatie voor instorting (met scheefstand) uitgetekend. Alle gerecupereerde elementen werden hierin ingepast en de heropbouw moest goed worden berekend. Tevens moesten oplossingen worden gezocht om het gebouw aan te passen aan de noden van modern comfort. Zo onder meer het voorzien van elegante ruimtes binnenin een bestaande constructie en het voorzien van voldoende licht in een bouwstijl die veel minder ramen voorzag dan heden ten dage het geval is.
Gezien de zeer specifieke aard van het werk, was het ook belangrijk de juiste aannemers te vinden, die konden meedenken over de constructie en de nood zoveel mogelijk elementen van de oorspronkelijke hoeve te hergebruiken. In juli 2016 werd hiervoor de firma R&V door het college aangesteld. Om de eigenlijke werken tot een goed einde te brengen zat de stad op regelmatige basis samen met Onroerend Erfgoed, architectenbureau Team Van Meer en de firma R&V. In het voorjaar 2017 werd gestart met de heropbouw van het houten geraamte, op domein 't Park. Dit geraamte werd in een volgende fase naar de werf gebracht.
Uiteindelijk zal het gebouw herrijzen als kangoeroewoning. Er wordt een gemeenschappelijke inkomhal gecreëerd met aangrenzend een eengezinswoning en een ondergeschikte eenheid voor ‘zorgwonen’. Op de verdieping wordt een grote leefruimte ingericht. De zolderruimte wordt omgedoopt tot twee slaapkamers en een badkamer. De reconstructie van het woonhuis zal ongeveer 179 werkdagen in beslag nemen.
Deze werken maken deel uit van een groter project, namelijk de reconstructie en herbestemming van de gehele site. In een volgende fase zal men ook de vroegere schuur heropbouwen met de bouw van twee appartementen. De uitvoeringskost van de werken bedraagt ongeveer 870.000 euro (ex. BTW). Het agentschap Onroerend Erfgoed kent hiervoor een restauratiepremie toe van ongeveer 603.000 euro.

Hoeve lngelbos (Dorpsstraat 13)
Het is een gesloten hoeve (beschermd K.B. 13/9/1976) uit het begin van de 2de helft van de l-8de eeuw, Deze imposante boerderij met woonhuis, inrijpoort, stallen en dwarsschuur wordt nog aIs dusdanig uitgebaat. Lees meer Agentschap Onroerend Erfgoed Vlaanderen.

Hoeve Vranken (Dorpsstraat 32)


Boven de ingang van de hoeve Vranken troont het wapenschild in blauwe steen van de familie 'Goemans'. Frans Goemans (1741-1755) was vroegere eigenaar en scout van de vrijheerlijkheid Attenhoven. In het midden van de 18de eeuw vergaderde de gemeenteraad in deze hofstede.
In de bovenste drie vakken van het wapenschild een krron en onderaan een hand en een roos. Het chronogram 1755 luidt:
"goDt Laet goeMans LanCk LeVen, CoMpt De Confreers pLaetse te geVen".
In 1755 liet Fran Goemans een kamer bouwen en stelde deze ter beschikking van de kruisboogschuttersgilde. Hij stierf op 20 april 1755 en werd in de middenbeuk van de kerk begraven. Een mooie koperen ring doet dienst als klink.


Gesloten hoeve (Lindestraat 78)


Hoeve in Maaslandse stijl (Dorpsstraat 6-8)

Vierkantshoeve (Dorpsstraat 10)

Tuin van het huis Robyns (Dorpsstraat 3)







Webmaster: Georges Wemans
Terug naar de inhoud