Logo Pepijn@Landen
Heemkunde Pepijn@Landen
erfgoed | lokale geschiedenis | cultureel toerisme
Ga naar de inhoud
Erfgoed
Wange

Christus Koningkerk



De Christus-Koningkerk werd gebouwd in 1947, zes jaar nadat de vorige kerk, die dateerde van 1763, was ingestort. Deze kerk stond op de plaats waar de parochiezaal stond. De parochiezaal werd in 2013 door het stadsbestuur van Landen openbaar verkocht en is nu een privaatwoonst. De nieuwe kerk (volgens plan van architect H. Gielen uit Sint-Truiden) werd in baksteen opgetrokken in modern-Romaanse stijl, éénbeukig; heeft een voorportaal met dakruitertje, een schip met drie traveeën, één koortravee en een rechthoekig afgesloten koor met sacristie aan de noordzijde. Het meubilair is modern. De beelden zijn 19de eeuws. De geelkoperen altaarkandelaars zijn 18de eeuws.

Kasteelhoeve




Hoe oud de oorspronkelijke kern van de Kasteelhoeve (voorheen Château de Wanghe en Arconaty-hoeve) wel is, valt moeilijk te zeggen. Zeker is dat ze al eeuwen geleden opdook in cartografische archivalia. In het Angelsaksische kasteel van Blenheim verzinnebeeldt een wandtapijt de ‘Battle of Elixem’ of de ‘Doorbraak van de Brabantse (Franse) linies’ in 1705. De Kasteelhoeve verschijnt als een versterkte burcht tussen de linies en de Kleine Gete (links).











Links: Detail uit het wandtapijt van Blenheim (V.K.). Op de voorgrond de Kleine Gete en de ‘Château de Wanghe’ (Kasteelhoeve). Op de achtergrond de dorpjes Eliksem en Overhespen. De linies situeren zich tussen de Kasteelhoeve en de genoemde dorpjes.

Zowel op de Ferrariskaart (ca 1775) als de kadasterkaart van Popp (ca. 1860) is de Kasteelhoeve omgeven door een gracht of waterpartij. In het verlengde van de huidige éénbogige stenen brug lag een tweede brug naar de ingang van het poorthuis toe. Links van het kasteelhoevecomplex, palend aan de oude weg naar Eliksem, bevond zich een brouwerij.









Links: Op de Ferrariskaart (ca 1775) is de Kasteelhoeve (‘Château de Wanghe’) een allodium (‘franchise’ of vrijheerlijkheid) van het graafschap Namen. Links van de hoeve bevindt zich een brouwerij. De morfologie van het huidige kerkdorp is al geconsolideerd op de rechteroever van de Kleine Gete. De voormalige kerk is centraal ingeplant langs een Romeins diverticulum.


Links: Uitsnede kadasterkaart van Popp (ca 1865). De brouwerij (brasserie) is nog steeds aanwezig. De gracht beschreef toen een soort U-vorm langs drie zijden van de Kasteelhoeve (Château) met tuin incluis, om uit te monden in de Kleine Gete.

Na 40 jaar uitbating door Marcel Avermaete en Daisy Vroninks werd in maart 2010 de hoeve verkocht aan Philip Van Kelst en Klaartje Peeters. In samenwerking met een aantal partners werd in één jaar tijd de omliggende 12 ha landbouwgrond omgezet tot een ecologisch natuurdomein en werd een belangrijk gedeelte van de hoeve omgebouwd tot een seminarie en logiescentrum met 25 bedden. In de week verblijven er vooral bedrijven voor vergaderingen, trainingen en teambuilding, in het weekend herbergt het grote groepen familie en vrienden die hier een ideale plek vinden om er eens samen tussen uit te zijn.

Kasteelhoeve Wange is een duurzaam project. Het was één van de eerste sites in Vlaanderen die in 2012 als meetinglocatie én logies het label ‘De Groene Sleutel’ heeft verworven. De Groene sleutel is een internationaal kwaliteitslabel – uitgereikt door Toerisme Vlaanderen – dat staat voor een doorgedreven duurzame verbouwing, inrichting en beheer. Tevens werd de kasteelhoeve in januari 2012 laureaat voor de Award van Toerisme Vlaanderen, ‘Best Maatschappelijk Verantwoorde Ondernemer’. De site biedt ook huisvesting aan verschillende andere ‘projecten’:  Van Kelst & co (een coaching- en trainingsbureau rond leiderschap en communicatie), Kheiron (een organisatie die paarden inzet in functie van leerprocessen bij mensen), een osteopathiepraktijk en twee gezinnen die er permanent wonen.

Baksteen met natuursteen als decoratief element

De Eliksemstraat, richting Kasteelhoeve, werd aangelegd met harde kwartsieten van Tienen en porfier van Quenast. De kasseistenen, hoofdzakelijk kwartsieten, van de toegangsweg naar het hoevecomplex via het brugje over de Kleine Gete, werden heraangelegd.
 
 
De rechthoekige inrijpoort cf. foto links) in de zuidoostelijke vleugel is afgewerkt met een hardstenen omlijsting van ruwe negblokken onder een houten latei. Links van het poorthuis met duiventil vertaalt de buitenste gevelstructuur de verschillende bouwfasen die de hoeve doorheen de eeuwen heen heeft gekend. Men vindt er de massieve blokken Lincentsteen, afgewisseld met Gobertangesteen, kwartsiet van Tienen en gebruikt stenig materiaal die één geheel vormen tegenover de bakstenenpartij die door de vorige eigenaar werd aangebracht.
De hoeve bestaat uit bakstenen gebouwen onder zadeldaken met pannen en leien gegroepeerd rondom een rechthoekig erf, deels in kasseistenen (kwartsiet van Tienen, porfier en blauwe hardsteen) en deels in beton en bereikbaar via het poortgebouw.
De porfieren doen zich voor als lichtgroenige, gespikkelde kasseien. De spikkels zijn kristallen van het mineraal veldspaat, talrijk voorkomend in stollingsgesteenten. Deze kasseien waren dus ooit vulkanisch materiaal dat traag afkoelde, waarbij de veldspaten uitkristalliseerden. De brij steeg op in de kraterpijp, maar stolde snel toen deze op geringe diepte uitdoofde.
De blauwe (hard)steen of arduin (‘petit-granit’) wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van talrijke samen gekitte fossielresten, die zich aftekenen tegen de donkere achtergrond, variërend naargelang de afwerking van heldergrijs tot zwart, gaande over een gamma van blauwtinten.

Op de noordwestelijke stalvleugel (enkele jaren geleden nog onder golfplaten, maar nu onder pannen), daterend van vóór de bouw van het woonhuis in 1736, zijn de contouren van (vermoedelijk) een inrijpoort of ontlastingsboog nog zichtbaar. De gevel vertoonde voorheen muuropeningen voor laaddeuren en vensters en daarnaast ook vier rondbogige staldeuropeningen. Alle omlijstingen zijn in Gobertangesteen. Aan de linkerzijde verraadde de discontinuïteit in de stenen omlijsting de latere aanbouw van een hijsinstallatie voor haverzakken boven de paardenstal. De oorspronkelijke vensteropeningen in deze gevel hadden een vierkante vorm. Verschillende van deze openingen werden dus later aangepast. Deze vleugel werd volledig gerenoveerd. De Kasteelhoeve herbergt hier een verblijfs- en logiesgedeelte waar tijdens de week bedrijven en organisaties terecht kunnen en tijdens de weekends en vakanties familie- en vriendengroepen. Deze gerenoveerde vleugel biedt naast seminarieruimtes, een stemmige eetruimte, een ontmoetingscentrum met uitzicht op de paardenweiden en comfortabele mooie kamers met verblijf tot 25 personen.


De noordwestelijke gevel in 2013 na restauratie
 
 

Het woonhuis in specifiek baksteenwerk met smalle strekvoegen en onder een pannen zadeldak dateert samen met het huidige poortgebouw uit 1736. Dit woonhuis wordt geflankeerd door twee zijvleugels onder een leien zadeldak. Deze vleugels vertonen elk onder een rollaag een rechthoekig venster met hoekblokken in Gobertangesteen en vensterbanken in blauwe hardsteen (petit granit). Daarbuiten vallen de andere hoekblokken, steigergaten, een gordellijst en een plint op, allen in steen van Gobertange. De basis van het woonhuis bestaat eveneens uit Gobertangesteen met een dikte van ongeveer 0,5 m en die over een diepte van 2 m verder doorloopt om uiteindelijk uit te monden op houten balken, rustend op koevellen. De rechthoekige deuropening is afgewerkt met pilasters in Gobertangesteen die uitlopen op een gegroefde rondboogomlijsting rustend op een kapiteel.
 
 
De zuidwestelijke gevel van het woonhuis laat een quasi identieke ordonnantie zien, waarbij een aantal blindvensters opvallen. Tijdens de gevelreiniging van 1980 werden verscheidene afbladderende kalklagen verwijderd. De kleurverschillen in het baksteenwerk zijn een neerslag van de samenstelling van het moedermateriaal en de temperatuur tijdens het bakproces. Recent werd een gedeelte van de natuurstenen muurpartij (hoofdzakelijk Gobertangesteen) verwijderd voor de inplanting van een raamkozijn voor een privévertrek.
 
 
De noordoostelijke stalvleugel met grote inrijpoort dateert uit het midden van de 19de eeuw. De constructie bestaat uit stenen die in de onmiddellijke omgeving werden gebakken en waar de littekens van de ontginning vóór de ruilverkavelingswerken nog in het landschap zichtbaar waren. De bestaande ruimte onder lessenaarsdak, aangehecht op de linker muurpartij en ingericht als hondenberging en stalplaats voor wagens, werd in 2010 afgebroken.

De zuidoostelijke gevel werd door de vorige eigenaar heringericht als een appartement en twee kamers voor plattelandstoerisme (natuurstenen deels afkomstig van een afbraak, terwijl de bakstenen afkomstig zijn van een bestaande – vermoedelijk zeer oude muur in situ). Een gedeelte wordt sinds kort ingenomen door de dokterspraktijk van Klaartje Peeters. Voorbij de inrijpoort ontmoeten we een werkhuis, een keuken, een bureel en een privé woonruimte. Het bureel en de privé woonruimte vormden voorheen de feestzaal met zichtbare buitenmuur in streekeigen natuurstenen.

Feodale motte



Meer uitleg op Onroerend Erfgoed Vlaanderen.
Terug naar de inhoud