Slagen van Neerwinden - Geschied- en heemkundige kring Pepijn@Landen

Geschied- en Heemkundige Kring Pepijn@Landen
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Slagen van Neerwinden

Over Landen > Algemeen > Geschiedenis
De slag van 29 juli 1693

Langs de straatkant in de omgeving van de kapel bevindt zich een oriëntatiebord in verband met de veldslagen van Neerwinden in 1693 en 1793. Hierop prijkt het wapenschild van Neerwinden, wordt melding gemaakt van de inhuldiging van de gerestaureerde kapel, het bord en de gedenkplaat aan maarschalk Von Coburg, wiens veldbed in de kapel werd opgesteld tijdens de gevechten van 1793. Ook de troepen, hun aanvoerders en de verliezen worden op het bord vermeld.

Deze slag kadert in de Negenjarige Oorlog (1688-1697) in Europa, waarbij de Franse hegemonie de inzet was: ‘Quand Paris boira le Rhin, toute la Gaule aura sa fin’. Eindbalans: op 29 juli 1693 werd de stadhouder-koning Willem III, als aanvoerder van de geallieerden in de Negenjarige Oorlog te Neerwinden verslagen door de Franse maarschalk De Luxembourg. Het werd de bloedigste veldslag van de 17de eeuw.

Willem van Oranje was met zijn 70.000 manschappen vertrokken vanuit zijn kamp in Park-Heverlee en bereikte Landen op 27 juli. Luxembourg rukte op langs Hoei en Waremme met een legermacht van 60.000 man. Willem van Oranje besloot zich in te graven op de hoogten tussen Neerwinden en Rumsdorp. Op 28 juli kwamen ook de Fransen toe in Landen. In de nacht vóór het gevecht organiseerden de geallieerden zich tot een ware verdedigingsgordel met op de flanken de versterkte dorpen Neerwinden en Neerlanden. Tussen die twee ‘burchten’ ontwierpen ze een sterke barricade met een honderdtal kanonnen. Op 29 juli om 4 uur ’s morgens begon de artilleriebeschieting van de geallieerden met grote verliezen voor de Fransen. Luxembourg begreep al snel dat de sleutelpositie Neerwinden was. Het dorp werd tot driemaal toe op de Hollandse, Duitse en Engelse troepen veroverd en weer prijsgegeven.

Toen waagde de Franse veldheer een uiterste poging die ook slaagde. Op zijn linkerflank liet hij zijn meest ervaren troepen infanterie ‘La Maison du Roi’ aanrukken tegen Neerwinden. Terzelfdertijd liet hij rechts een schijnaanval uitvoeren tegen Rumsdorp en Neerlanden. De Engelse regimenten die in het centrum achter hun barricade lagen werden ter hulp geroepen naar Neerwinden.Dit was het uitgelezen moment voor markies de Feuquères die in de verdedigingslinie een zwakke plek had ontdekt, slechts gebarricadeerd met proviandwagens.Terwijl zijn infanterie zich op de bermen stortte, wrongen de cavaleristen zich tussen de proviandwagens door en vormden een bruggenhoofd op het plein (nagenoeg ter hoogte waar nu de Boerenbond staat). Een groot gevecht, waaraan ongeveer 40.000 paarden deelnamen, ontstond nu tussen de Franse cavalerie en de Hannoverse ruiterij. Ondertussen was de Hollandse infanterie uit Neerlanden en Rumsdorp over de Gete te Dormaal gevlucht en was ook in Neerwinden het pleit beslecht. Willem van Oranje zag weldra het noodlottige van de toestand in en blies de aftocht. Helaas, in ware paniekvochten de troepen om over de vier of vijf bruggen van de Gete te komen.


Duizenden verdronken tijdens hun vlucht. De geallieerden verloren 18.000 man en 104 kanonnen. De tol die de Fransen voor hun overwinning behaalden was eveneens zeer zwaar: 10.000 gesneuvelden en zwaargewonden. De gevolgen voor de lokale bevolking waren dramatisch. Het oogstrijpe graan werd genadeloos vertrappeld waardoor de tarweprijs de pan uit vloog. In de dorpen Neerwinden, Laar en Neerlanden was geen enkel huis nog bewoonbaar. Schuren en stallingen waren verwoest, kerken leeggeroofd. Het gehucht Wilvikhoven onder Neerlanden, werd na het platbranden door de geallieerden niet meer heropgebouwd. De vluchtelingen keerden stapsgewijze naar hun heimat terug, maar het gewone leven hernam zeer traag. De randgemeenten waren het slachtoffer van diefstal, plundering… en het aantal overlijdens steeg schrikwekkend. Zo stierf in Landen tussen augustus en december 1693 ongeveer één derde van de naar schatting 400 inwoners. In Attenhoven overleed de helft van de bevolking. In Walshoutem, Raatshoven en Waasmont stierven respectievelijk 48, 40 en 18 personen. De massale sterfte was te verklaren door voedselgebrek, ontbering en ziekte.

Referenties:

(1) Hubert Rahier & André L’homme (1993): De veldslagen van Neerwinden. Uitgave van de Geschied- en Heemkundige Kring Landen – (2) Pascal Delameillieure (1986): De veldslagen van Neerwinden. Speciaal nummer van Ons Landens Erfdeel (nr. 26). Tijdschrift van de Geschied- en Heemkundige Kring – (3) Anonymus (1989). Ons Landens Erfdeel nr. 36. Tijdschrift van de Geschied- en Heemkundige Kring Landen.)
De slag van 18 maart 1793

Honderd jaar na de overwinning der Franse troepen op de Europese coalitie leden de Fransen op 18 maart 1793, onder het bevel van de beroemde generaal Dumouriez, een smadelijke nederlaag, opnieuw in de vlakte van Neerwinden. De zegevierende generaal was de Oostenrijkse hertog Josias van Saksen-Coburg, overgrootoom van onze latere koning Leopold I, die met zijn 40.000 man tegenover 50.000 Fransen stond. Komende van Leuven was Dumoriez tot aan de Grote Gete genaderd.

In de vroege morgen van 18 maart werd het de Oostenrijkers en geallieerden duidelijk dat ze zouden worden aangevallen op hun stellingen, lopende van Racour over Neerwinden tot op de grote baan bij Orsmaal. Het was eens te meer Neerwinden dat het zwaartepunt werd van het gevecht en dat met wisselende kansen werd veroverd en afgegeven. Noch in het centrum – Neerwinden - noch op de rechterflank – Racour – konden de Fransen enig succes boeken en de twee strijdmachten bleven ter plekke trappelen. Erger was het voor de Fransen evenwel gesteld op hun linkerflank. Op de steenweg te Orsmaal leed de Franse generaal Miranda een smadelijke nederlaag. Toen het gevaar voor omsingeling te groot werd, blies hij de aftocht naar Tienen.

In grote paniek en wanorde trokken zijn troepen zich terug. Gelukkig voor hem, zetten de geallieerden de achtervolging niet in, zozeer waren beide legers vermoeid bij het gevecht. Het was pas ’s avonds dat generaal Dumouriez van de toestand op de hoogte werd gesteld, door de nalatigheid van Miranda. Wegens het bestaande gevaar voor omsingeling van zijn troepen te Neerwinden, poogde Dumouriez op 19 maart nog aan te vallen op de steenweg te Orsmaal. Tevergeefs, de troepen waren futloos en geraakten overal in paniek. Bijgevolg organiseerde de generaal een aftocht tot een eind achter Tienen. Op het slagveld lieten de Fransen 3.000 doden en zwaargewonden achter, naast 1.000 gevangenen en 30 kanonnen. De verliezen van de tegenpartij waren even hoog. Ook nu waren verwoestingen van oogsten en plunderingen schering en inslag.

Enkele dagen na de strijd brak een epidemie uit in de Landense deelgemeenten, de dysenterie of rode loop, veroorzaakt door het eten van slecht koren en rot voedsel. Pastoor Loriers van Laar werd in 1793 door Franse soldaten. Hij overleed aan zijn verwondingen op 20 maart 1794. Deze slag had voor de stad Landen een pijnlijk gevolg, want haar vrijheidsvesten lagen definitief in puin, zodat haar functie als vestigingsstad had afgedaan. In de gevel van de kerk van Neerhespen is nog een uitpuilende kanonbal te bespeuren.

Referenties:

(1) Hét basiswerk voor de tweede slag van Neerwinden is van de hand van André L’homme (2003): De Slag van Neerwinden van 18 maart 1793. Uitgegeven bij Aqua Fortis – (2) Hubert Rahier & André L’homme (1993): De veldslagen van Neerwinden. Uitgave van de Geschied- en Heemkundige Kring van Landen - (3) Pascal Delameillieure (1986): De veldslagen van Neerwinden. Speciaal nummer van Ons Landens Erfdeel (nr. 26). Tijdschrift van de Geschied- en Heemkundige Kring Landen – (4) Anonymus (1989). Ons Landens Erfdeel nr. 36. Tijdschrift Geschied-en Heemkundige Kring Landen
Kapel van het Heilig Kruis (‘Het Kruiske’)

Het ontstaan van deze kapel is in de Middeleeuwen gesitueerd. Volgens de legende werd ze opgetrokken op een kruispunt van zeven wegen op de plaats waar een landbouwer bij het ploegen een kruisbeeld vond. De huidige kapel werd gebouwd in 1780. In 1899 werd ze opnieuw opgeknapt en op 6 mei 1978 werd ze andermaal ingehuldigd na een grondige restauratie.De Kruiskapel wordt omgeven door een kruisweg, een laag muurtje met 14 bronzen nissen, ingehuldigd op 23 mei 1987. De 14 staties springen in het oog doordat zij boven de ommuring uitkomen. De kapel is omgeven door een grasveld met bankjes en bomen.

 Exterieur

Deze veldkapel is gebouwd in baksteen, is 4,22 m hoog, 2,85 m breed en heeft een diepte van 3,95 m. De deur en de ramen zijn omlijst met natuursteen. Boven de deur staat het opschrift ‘O Crux ave spes unica’ of ‘Gegroet Kruis, de enige hoop’. Hierboven staat het jaartal 1780 gegrift in een grotere steen, het jaar van de bouw. In twee horizontale natuurstenen op gelijke hoogte in de omlijsting staat ‘herbouwd’ in de linkse steen en ‘1899’ in de rechtse steen, het jaar van de restauraties. De voorgevel heeft de vorm van een rondboog en draagt op de top een kruisje met daarin het teken van het Heilig Kruis: een grote letter H met een kruisteken op het middelste beentje geplaatst. Onder dit teken staat het opschrift INRI. Het geheel is bedekt met een leien zadeldak en achteraan eindigt het kapelletje in een halfrond. Er zijn twee raampjes met hekkenwerk langs beide zijden waarvan het raam dat naar het dorp gericht is, een lager afdak heeft (vermoedelijk uit 1892). Onder dit afdak hangt een gedenkplaat ter ere van Maarschalk Von Coburg met vermelding van de tekst: ‘Van hieruit leidde maarschalk Von Coburg, grootoom van Koning Leopold I de Tweede Veldslag van Neerwinden op maart 1793’. Naast de deur hangt er een plaatje van monumentenzorg dat aangeeft dat dit een beschermd monument is (K.B. 27/10/1982).

 Interieur

Binnen zijn de muren helemaal van rode baksteen met een klein altaar in baksteen opgemetseld en een arduinen blad. In het altaarmuurtje werd een arduinen kruis ingemetseld. In 1999 werd brand gesticht in de kapel waardoor het houten altaar in drie verdiepingen vervangen werd door een stenen exemplaar. Tegen de achtermuur, boven het altaar, hangt een houten crucifix waaraan een ivoren kruis is genageld, geschonken in 1981 door notaris Eugène de Brabandere12. Aan de rechtermuur, boven het altaar, hangt een dankbord met opschrift ‘dank aan het H. Kruis’. Bij dit bordje hangt een plastic zakje met grijze haren in, waarschijnlijk van een gelovige die hier kwam bidden voor het heil van zijn dier.

 Devotie en folklore

Het H. Kruis is steeds aanbeden voor een ‘goede dood’ en het welzijn van het vee. Door de eeuwen heen heeft deze kapel veel bedevaarders aangetrokken. Op Goede Vrijdag kwamen ze van heinde en ver om er voor het Heilig Kruis te bidden. Boeren namen meestal een beetje gras mee om in hun stal te leggen ter bescherming van hun vee. Dit gebruik is nagenoeg uitgestorven. Tijdens de Kruisdagen was het ook kermis te Neerwinden. Tot 1996 werd er ieder jaar een parochiale bedevaart naar de kapel georganiseerd.

Referentie

Elisabeth Vanwinkel. Kapellen in Groot-Landen. Ons Landens Erfdeel 2008, nr. 73, p. 48-52.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu