Interview met het echtpaar Jo Uytterhoeven - Pottel

Het echtpaar Jo en Hilde Uytterhoeven-Pottel (foto: Georges Wemans)

WONEN IN (MET) EEN VOORMALIG STATION

Het thema van Open Monumentendag 2007 is ‘Wonen’. Het lokale comité Landen presenteert op 9 september aan het grote publiek twee locaties: het kasteel Hooleyk en het voormalig treinstation Racour. Het begrip wonen gaat o.a. volgens Van Dale terug op het Oudnederlandse ‘wonne’ en het Oudierse ‘fonn’ (genot), dat op zijn beurt raakvlakken heeft met het Latijnse woord ‘venus’ (liefde). Wij gingen op bezoek bij de familie Uytterhoeven-Pottel die het voormalig stationsgebouw van Racour einde 1988 aankocht en het voortreffelijk restaureerde. Het gebouw ligt op het grondgebied van Landen, vandaar ook de naam ‘Landen-Zuid’ die destijds voor de halte langs lijn 147 (Landen-Tamines) werd gehanteerd. Het gebouw werd in 2001 beschermd als monument en de omgeving als dorpsgezicht.

De grondbetekenis van wonen kan men vertalen als ‘ergens graag vertoeven’. In welke mate was dit doorslaggevend in het kiezen van een oud stationsgebouw als jullie haardstede?

Het was een bewuste keuze om niet zelf te bouwen maar om ‘iets’ karaktervol bestaands te hergebruiken om in te wonen. Wat ‘iets’ zou zijn wisten we niet en zeker nooit gedacht dat het een station zou worden .We bezochten leegstaande fabriekgebouwtjes, buitengebruik zijnde elektriciteitscabines, molens … Na meer dan een jaar zoeken kwamen we terecht bij het station van Racour. Bij het eerste bezoek (1988) aan het stationsgebouw van Racour was het direct grote liefde. ‘Coup de foudre’ noemt men dat in het Frans. Toen beseften we nog niet dat het station voor ons een zeer bepalende rol zou gaan spelen. Na vele jaren restauratiewerken en verbouwingen tijdens weekends en vakantiedagen zijn we er in geslaagd het gebouw te renoveren. Wij hebben nooit het gevoel dat we wonen in een station maar wel dat we leven met een station.

‘Toon me hoe je woont en ik zal zeggen wie je bent’, is een veel geciteerde uitspraak. Is er volgens jullie een verband?

Zeker. Een stationsgebouw is een open gebouw met veel ramen en deuren. Een gebouw dat leeft, een open karakter heeft en graag mensen ontvangt. Dat is gelijklopend met onze levensfilosofie.

In hoeverre was de oorspronkelijke functie van het gebouw determinerend voor de inrichting van jullie leefruimte?

Intern hebben we weinig rekening gehouden met de vroegere functies van de ruimtes. De vorige privé- eigenaar had er alles aan gedaan om te laten merken dat het gebouw geen station meer was. Daardoor was er reeds heel veel van het oorspronkelijke verdwenen. Aangezien wij van open ruimtes houden, zijn de voormalige bureaus en wachtzalen nu omgebouwd tot één grote leefruimte met een mezzanine.

Wonen is bijgevolg niet alleen ‘een dak boven het hoofd hebben’. Hoe ervaren jullie de wisselwerking met de omgeving?

De omgeving is uniek. Het gebouw staat buiten de kern van Racour, net op grondgebied Landen, midden in het open landschap dit omdat bij de aanleg van de spoorweg er tegenstand was in Racour dat de spoorlijn te dicht bij het dorp zou komen. Wij hebben bovendien open zicht op de Platte Tombe nog een beschermde site.

Het feit dat jullie leven in een beschermd monument dito omgeving, is dit geen rem op jullie persoonlijke visie betreffende de verdere herinrichting van het gebouw en omgeving?

Absoluut niet. Wij hebben zelf het gebouw aan de buitenzijde hersteld in zijn oorspronkelijke staat en nadien de klassering aangevraagd. De vorige privé-eigenaar had twee grote garagepoorten in de gevel gemaakt. Aan de hand van de originele plannen (gevonden in het archief NMBS Namen) hebben we de restauratie gerealiseerd. Deze originele plannen en oude foto’s worden tentoongesteld op OMD.

Een bewoond huis openstellen voor het grote publiek is geen sinecure, om te beginnen voor de bewoners zelf. Gaan jullie tijdens de opening een actieve rol spelen als gastheer of gids?

Sowieso zullen we iedereen te woord staan die vragen heeft en trachten zo goed mogelijk te gidsen. Leuk is wel dat wij bezoekers verwachten die hier vroeger nog de trein hebben genomen. Deze mensen beginnen dan meestal zelf anekdotes te vertellen zodat niet ’wij’ maar ‘zij’ de gids zijn. Een stationsgebouw is nu éénmaal van iedereen die het gebruikt.

Wat hebben jullie verder nog in petto voor de bezoekers op 9 september?

In samenwerking met GHK (Geschied- en Heemkundige Kring) van Landen hebben we een heel programma opgezet. Naast een tentoonstelling ’99 jaar station van Racour’ met foto’s en plannen’ is er een tentoonstelling van Natuurpunt ‘Wonen in de natuur’ en zijn er natuurwandelingen o.l.v. gidsen. Recent werd op de oude spoorwegbedding een fietspad aangelegd in het kader van het project RAVeL. Hierover kan de bezoeker terecht aan een infostand. ‘Velo’ vzw (een werkervaringsproject voor jongeren) verhuurt aan 1 symbolische euro fietsen om de bezoekers de kans te geven om een ritje te maken op de RAVeL-route. Op adem komen kan nadien in het stationsbuffet. Voor de kids is er een springkasteel en kindergrime. Aangezien het stationsgebouw dienstig was voor Racour staan ook zij met een infostand op de koer van het station. In de namiddag rijden twee huifkarren op en af tussen het station en Racour waar de kerk en het museum te bezoeken zijn. Ter gelegenheid van OMD wordt er een nieuwe postkaart van het station uitgegeven.

Hebben jullie in de nabije toekomst plannen voor de functionele integratie van het gebouw in een of ander project, bijvoorbeeld de RAVeL-route?

Misschien wel. Waarom zouden we niet een paar oude spoorwegwagons plaatsen op de voormalige spoorwegbedding om plattelandstoeristen die graag fietsen in te herbergen Zo kan het station weer zijn passanten ontvangen. Wie weet?

Interview: Georges Wemans